Bereiden

De meeste vleesproducten zijn heel gemakkelijk te bereiden. Zelfs het bereiden van een groot feestelijk stuk vlees zoals fricandeau, filet of varkensrollade is een fluitje van een cent. Gebruik daarbij een vleesthermometer. Daarmee kan het niet mislukken.
Klik op producten voor de bereidingswijze en -tijd per product.

Smaak
In het algemeen moet varkensvlees door en door zijn verhit. Alleen malse en magere varkensvleessoorten zoals varkenshaas, fricandeau en filet mogen aan de binnenkant iets roze zijn.
Varkensvlees heeft soms een randje vet. Dat is belangrijk voor de smaak. De smaakstoffen zitten namelijk in het vet. Het vet houdt het vlees sappiger en malser. Snij het dus pas na bereiding af.
Snij een randje vet met een scherp mesje voor het bereiden in. Dat voorkomt kromtrekken van het vlees.
Vlees met been heeft extra smaak. Dat maakt kluiven ook zo lekker. Bereid varkensvlees zoals karbonade met het been er aan. Snij het pas af op het bord.
Marineren kan vlees een extra bijzondere smaak geven en heel zacht maken. Het betekent dat vlees in een vloeistof wordt gelegd. Al snel zo'n 12 - 24 uur (in de koelkast). Gemarineerd vlees voor het bereiden altijd even droogdeppen met keukenpapier.

Bereidingswijzen
Aanbraden. Het dichtschroeien van vlees aan de buitenkant op hoog vuur.
Bakken. Het bereiden van vlees in een koekenpan met dunne bodem op hoog vuur. Houd het vlees in beweging en keer het af en toe om. Dat voorkomt aanbranden. Zorg voor een pan op maat.
Braden. Na het dichtschroeien van het vlees op een lager vuur het vlees gaar laten worden. Braden kan op het fornuis of in de oven. Schep af en toe braadvocht over het vlees.
Bij braden op het fornuis: leg het deksel schuin op de pan zodat het vocht er uit kan. Anders gaat het vlees stoven.
Stoven en smoren. Het vlees heel langzaam gaar laten worden. Hoe langer de 'prutteltijd' hoe zachter het vlees. Bij stoven wordt vocht aan het braadproduct toegevoegd. Bij smoren is dat niet het geval.
Grillen. Het roosteren van vlees. Het kan op de (elektrische) grill of op een barbecue.
Het vuur moet goed heet zijn, maar het vlees mag niet verbranden. Neem voor barbecuen dus de tijd. De kolen moeten gloeien en mogen niet branden.
Een braadproduct (vet of olie) is niet nodig. Strooi er pas achteraf peper en zout over.

Tips
Probeer te voorkomen dat u in het vlees moet prikken. Zo blijven de sappen in het vlees.
Zorg er voor dat het braadproduct flink heet is voor het vlees er in gaat. Boter, olie, margarine of een braadproduct is een kwestie van smaak.
Voorkom verbranden. Zet daarom na het dichtschroeien het vuur lager.

Gaar of niet gaar
Houd de klok in de gaten, gebruik voor grote stukken een vleesthermometer of druk zachtjes op het vlees. Als het zacht en verend is, is het niet helemaal gaar. Voelt het vlees stevig aan, dan is het gaar.

Bacteriën hebben een nuttige functie in de natuur maar bij voedingsmiddelen moeten we zorgvuldig met ze omgaan. Bacteriën bevinden zich overal in onze omgeving. Ze houden in het algemeen van verse producten en warmte. Bacteriën kunnen ziekteverschijnselen veroorzaken wanneer ze in grote hoeveelheden aanwezig zijn. Met enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen is dat te voorkomen.
Bewaar vlees altijd koud. In de koelkast met een temperatuur van minder dan 7 graden Celsius. Bevroren vlees laat u altijd ontdooien in de koelkast.
Verhit het vlees goed. Zorg dat bereid voedsel niet meer in contact komt met een rauw product. Ook niet via een bordje, keukengerei of het aanrecht.