Voeders

Rundveehouders produceren voor het grootste deel zelf het ruwvoer voor hun runderen, in de vorm van gras en snijmaïs. Samen met zogenaamd krachtvoer, in de vorm van geperste korrels, zijn dit de hoofdbestanddelen van het voer dat runderen krijgen. Daarnaast worden ook mineralen ingezet en natte bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie als bierborstel, perspulp van bieten en diverse aardappelbijproducten. Ze worden geleverd door gespecialiseerde voerleveranciers met erkenning voor Good Manufacturing Practice Plus (GMP Plus). De GMP-Plus code is gebaseerd op ISO-9001 en voldoet aan de eisen van het HACCP-kwaliteitssysteem.

In de jongste fase van zijn of haar leven krijgt een kalf eerst alleen melk en later ook hooi en brok. Later volgen ook gras en maïs. Vanaf het moment dat een koe een kalfje krijgt en daadwerkelijk melk gaat produceren, wordt het voerrantsoen op haar individuele behoefte afgestemd.

Diergeneesmiddelen in voer
Er zitten geen antibiotische middelen in rundveevoeders. In de Kaderwet Diervoeders staan regels waaraan het diervoeder moet voldoen en regels over de verantwoordelijkheden van de overheid en het bedrijfsleven. De Kaderwet Diervoeders is Europese Regelgeving, vertaald in Nederlandse regels. De Kaderwet Diervoeders trad op 18 oktober 2004 in werking Voor meer info kijk op www.minlnv.nl.